04:36
02-12-2019

Wordt brandveiligheid bij hoogbouw wel serieus genomen?

De aandacht voor brandveiligheid gaat in Nederland doorgaans niet verder dan ‘voldoen aan het bouwbesluit’. Daarmee zijn we echter onvoldoende beschermd. Het bouwbesluit geeft richting maar zeker geen garanties. Er zitten te veel zwakke plekken in onze regelgeving en de markt is weinig bereid en in staat om ontwerpen bovenwettelijk kritisch tegen het licht te houden. Brandoefeningen werken op de lachspieren en extra investeringen in veiligheid doen pijn, omdat ze dienen voor iets dat zich zeer waarschijnlijk nooit gaat voordoen. Maar is dat terecht? En hoe staat het er in Nederland eigenlijk voor? Daarover gaat dit kritische artikel, met een focus op gevels en woongebouwen.

Als je in een flatgebouw woont met 100 appartementen word je gemiddeld één keer per 25 jaar met een serieuze brand in een van de appartementen geconfronteerd. Als je je hele leven in zo’n gebouw woont gaat dat bij een gemiddelde levensverwachting van 82 jaar dus gemiddeld meer dan 3 keer gebeuren. Die kans lijkt gelet op recente statistieken te groeien, onder andere door de aanwezigheid van de vele opladers en accu’s. Bij brand is het de bedoeling dat deze zich beperkt tot één appartement (brand in een gebouw) en dat de brandweer in staat wordt gesteld om branduitbreiding naar buurappartementen (gebouw in brand) te voorkomen. Overigens hebben de buren rondom en de aangrenzende gangen, portalen, trappenhuizen, vrijwel altijd te maken met ernstige rookontwikkeling, worden ze geëvacueerd en beleven ze serieuze angstmomenten. Zeker voor minder mobiele senioren is dat ook buiten het in brand staande appartement, een aanmerkelijk risico.

Grenfell brand

Na de brand in Grenfell Building in Londen, nu ruim twee jaar geleden, nam het bewustzijn toe dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat een brand binnen één appartement blijft. In Londen was het de gevel die ervoor zorgde dat de brand zich razendsnel over nagenoeg het gehele gebouw kon verspreiden, met de welbekende dramatische afloop als resultaat.

Al kort na de ramp werd in Nederland de vraag gesteld of zich zoiets ook bij ons zou kunnen voordoen. “Laten we eerst het onderzoek in de UK afwachten,” zo was het voorstel van minister Ollongren. Maar dat onderzoek was een jaar na de ramp nog steeds niet afgerond. Enkele Kamerleden werden ongeduldig en onder de druk van hun aanhoudende kritische Kamervragen gaf de minister in november 2018 opdracht aan de Nederlandse gemeenten om een inventarisatie te maken van de voorraad risicovolle gebouwen. Op zich maar goed ook, want we zijn inmiddels weer een jaar verder en het Britse onderzoek zal nog wel enkele jaren voortduren. Er valt wel van tussenresultaten te leren. Nederland loopt daarbij overigens achter op de ons omringende landen als België, Frankrijk en natuurlijk het VK, waar inmiddels wezenlijke aanpassingen in de regelgeving zijn doorgevoerd. Zo zijn in het VK brandbare materialen in gevels boven de 18 meter nu uitgesloten. Bestaande gebouwen worden inmiddels grootschalig met overheidssteun aangepast.

Inventarisatie risicogebouwen

Ik sta nogal kritisch tegenover de in Nederland uitgevoerde, respectievelijk uit te voeren inventarisatie. In november 2018 werd de Nederlandse gemeenten gevraagd om een opgaaf te doen over de veiligheid van ‘hun’ slaapgebouwen. De inventarisatie beperkt zich tot woongebouwen of logiesgebouwen met een verblijfsgebied boven 20 meter en gebouwen met celfuncties, kinderopvang met bedden en zorggebouwen boven 13 meter. Mijn kritische houding is mede gebaseerd op signalen die ik bij gemeentes opvang, het nauwelijks kijken naar bewegingen in het buitenland, maar ook op ‘logisch redeneren’. Welke gemeente vindt het immers prettig om een groot aantal ‘risicovolle’ gebouwen te moeten rapporteren en vervolgens de eigenaren te confronteren met een enorme waardedaling en/of dwang om maatregelen te nemen?

De aansturing van de gemeenten is daarbij niet eenduidig. Er werd een door DGMR ontwikkelde inventarisatietool aangereikt, die leidt tot een beoordeling van een gebouw. In die tool speelt de aard en kwaliteit van de gevel een belangrijke rol. Met name buitengevelisolatie bestaande uit niet onbrandbaar isolatiemateriaal onder een stuclaag, dan wel geventileerde gevels met niet onbrandbare materialen worden in de tool doorslaggevend negatief beoordeeld. Ofschoon de tool degelijk oogt, zijn er toch enkele onderdelen die voor interpretatie vatbaar zijn. De beoordelaar wordt daarmee tot op zekere hoogte ruimte geboden om strafpunten al dan niet toe te kennen en daarmee om gebouwen als veilig (resultaat: groen of geel) of juist als risicovol (resultaat: oranje of rood) aan te merken. Daarmee is de uitkomst afhankelijk van of de beoordelaar de toets probleem-mijdend of probleem-zoekend uitvoert.[1]

De minister zou aanvankelijk vóór de afgelopen zomervakantie rapporteren, waarbij ik in de veronderstelling verkeerde dat er een lijst met t.a.v. brandveiligheid ‘verdachte’ gebouwen zou worden gepubliceerd. Onderzoek moet immers reproduceerbaar en verifieerbaar zijn. De praktijk was echter dat er eind augustus een rapport van Arcadis (in opdracht van het ministerie van BZK) verscheen, waarin kortweg stond dat de gemeenten het onderzoek pas net hadden opgestart en overwegend niet hadden afgerond. Dat vind ik opmerkelijk, omdat ik uit eigen ervaring kan stellen (zie hieronder) dat de inventarisatie binnen enkele weken uitvoerbaar is.

Eigen onderzoek

Om zelf gevoel te krijgen bij de inventarisatie en de te verwachten resultaten heb ik in mijn thuisstad Eindhoven samen met Off Road Innovations een inventarisatie uitgevoerd. Een aselecte steekproef van 79 gebouwen (ca. 25% van de voorraad die aan de functie- en hoogte-eisen voldoet) werd met streetview en waar nodig na een schouw ter plaatse beoordeeld (zo eenvoudig is het). Daaruit kwam het beeld dat iets meer dan 10% van de voorraad in deze groep als oranje of rood en dus als risicovol werd gekenmerkt. Daarmee zijn de gebouwen nog niet definitief onveilig, maar is in elk geval een diepgaander onderzoek noodzakelijk en/of moeten specifieke maatregelen worden genomen. Ik kwam in Eindhoven geëxtrapoleerd aldus tot ca. 35 risicogebouwen op een voorraad van 330 gebouwen. Als je dat doortrekt moeten er in Nederland (voorzichtig geschat) honderden zo niet meer dan duizend gebouwen zijn die door de tool als risicogebouw zullen worden aangewezen.

Bouwtradities en percentages hoogbouw, variëren per regio en stad, maar voor mij staat vast dat de inventarisaties per gemeente procentueel zelfs rekening houdend met een behoorlijke spreiding, in dezelfde orde van grootte moeten liggen. Een grotere gemeente zonder risicogebouwen lijkt statistisch zo goed als zeker uitgesloten. Overigens werd ik door een publicatie uit de gemeente Nijmegen gesterkt. Daar had men het huiswerk wel gedaan en zijn er 62 gebouwen als risicovol beoordeeld.[2]

Teleurstellende tussenrapportage

Het rapport van Arcadis in opdracht van de minister is een tussenrapportage. Mijn vermoeden dat de tool probleem-mijdend kan worden ingezet, wordt al duidelijk uit de eerste schaarse onderzoeksresultaten. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat onder de enkele vroege resultaten al grotere gemeentes zijn die rapporteren geen risicovolle gebouwen binnen hun gemeentegrenzen te hebben. Ook één gemeente overigens die 22 gebouwen in de categorie rood heeft gecategoriseerd. Gelet op mijn bovengenoemde ervaringen, vraagt dat om een nadere beschouwing over de gevolgde inventarisatiemethodologie alvorens (te bescheiden) conclusies te trekken. Het rapport geeft niet concreet aan om welke gemeente(n) het gaat, waaruit ik concludeer dat de minister ook niet van plan is om op dat niveau te gaan rapporteren. Dat is heel erg jammer, want daarmee is het onderzoek niet verifieerbaar en is het onderzoeksresultaat mede gelet op het bovenstaande bij voorbaat onbetrouwbaar.

Wat je daarmee tevens bereikt, is dat alle nog te realiseren nieuwbouw ook verkeerd wordt aangestuurd waarmee we onbedoeld veel latent onheil inbouwen. Dat geldt voor de ruim 500.000 nog na te isoleren hoogbouw appartementen, maar ook voor een tot 2040 circa gelijk aantal nieuw aan de voorraad toe te voegen nieuwbouw appartementen. De hoogbouwambities in Nederland boven 100 meter illustreren dat. Zie bijgaande figuur.

Conclusie

Als ik één conclusie mag trekken, dan is het wel dat ondanks dat de zorgen op basis van feiten toenemen, veiligheid blijvend niet serieus genomen lijkt te worden. Dat in tegenstelling tot wat er in andere landen gebeurt. De algehele laksheid leidt tot argwaan. Of is het een strategie om door vertraging de scherpte van de oppositie en de kritiek uit de markt te laten verstommen om uiteindelijk letterlijk en figuurlijk in de welbekende doofpot te eindigen?

Ik hou het in de gaten!

Jos Lichtenberg
Em. Hoogleraar TU Eindhoven,
Co-initiator Off Road Innovations
Voorzitter Slimbouwen


[1] Voor wie de tool wil gebruiken, kan terecht op de website van het ministerie van BZK
www.rijksoverheid.nl/brandveiligheidgevels. Daarvan zijn de tool alsmede gerelateerde documenten te downloaden.

[2] Dinter, Mac van (2019) De gevelplaat is nog altijd gevaarlijk De Volkskrant, 29 juli 2019

Tekst: Jos Lichtenberg

Gevelbouw partners