Brand van Notre-Dam van Parijs op 15 april 2019. Credit: Remi Mathis

02:58
16-03-2020

Brandveiligheid bij renovatie van bewoonde gebouwen

Er is meer dan ooit aandacht voor brandveiligheid. De brand in Grenfell Londen Tower heeft veel losgemaakt. Onder druk van de tweede kamer worden nu risicogebouwen in Nederland geïnventariseerd. Daarbij staat de gevel in het middelpunt van de belangstelling. Het gaat dus beter met de aandacht dan voorheen, maar is het genoeg? Het antwoord moet helaas nee zijn. Ik heb de afgelopen jaren op meerdere plaatsen mijn kritiek beschreven. De politiek komt traag op gang en we vertrouwen te klakkeloos op onze regelgeving. Als de regelgeving het goed vindt, dan zal het wel goed zijn. Helaas is de werkelijkheid genuanceerder.

En een nadeel van de commotie rondom woongebouwen groter dan 20m is dat het net lijkt alsof er verder geen problemen m.b.t. brand bestaan. Gebouwen onder 20 m zijn niet vanzelfsprekend wel veilig, samenkomstgebouwen zoals theaters, bioscopen, scholen, congrescentra zijn zeker geholpen met voorschriften, maar ook hier kunnen de mazen in de regelgeving en het gebrek aan handhaving op verleende vergunningen verstrekkende gevolgen hebben. En wat te denken van de toename van bedrijfspanden die gelukkig niet veel slachtoffers maken, maar wel heel veel indirecte en economische schade met zich meebrengt. Of in het geval van stallen heel veel dierenleed, daar dus weer wel slachtoffers.

Ik werk momenteel aan een artikel over de brandveiligheid bij het renoveren van woongebouwen terwijl deze bewoond blijven. Dat is iets waar we de komende 10-20 jaar veelvuldig mee zullen worden geconfronteerd. We gaan onze gebouwen immers energetisch fors aanpakken en dus gevels van een dikke winterjas voorzien. Als we het nu fout doen, doen we het grootschalig fout, maar ook tijdens de bouw zijn er verhoogde risico’s.

Aanleiding om nu een sneak preview te schrijven is een momenteel vanuit het ministerie van BZK lopende internet consultatie over een Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Grofweg gaat de wijziging over het coördineren van veiligheid. Daaronder een onderdeel ‘Veiligheid verbouw ingebruik blijvend pand’. De vraag die daar wordt gesteld is: Heeft de bouw/verbouw inclusief tijdelijke hulpconstructies en bouwplaats-inrichting invloed op de brandveiligheid, de vluchtroutes, en de opstelplaatsen voor hulpdiensten in en om het in gebruik blijvende pand?

Het is een van de vijf vragen onderdeel van de zogeheten risico-matrix die zodra er een met ja wordt beantwoord, de vergunning plichtige een uitgebreidere risicomatrix moet invullen.

Ik zou haast, rondkijkend op bouwplaatsen, zeggen dat deze vraag standaard met ja beantwoord moet worden of zou moeten worden. Uitzonderingen bevestigen de regel.

Verbouwen op zich brengt al een aanzienlijk verhoogd risico met zich mee. Activiteiten als lassen, slijpen, solderen, aanbrengen van dakbedekking, verf afbranden vormen in combinatie met brandbare materialen een sterk verhoogd risico op het ontstaan van brand. Zeker omdat er ook druk op het werk staat. Door matig Nederlands sprekende bouwvakkers, worden instructies niet begrepen. Niet dat dat veel uitmaakt, want het ‘verplicht nummertje’ karakter zorgt ervoor dat eigenlijk niemand instructies leest. Je moet als bouwer al bijzondere aandacht vragen om dit bij medewerkers en onderaannemers binnen te laten komen. En dan nog gaat het niet vanzelf goed.

Daarnaast staan op het bouwterrein materialen in depot. Voorraden staan bij voorkeur kort bij het bouwwerk dat gerenoveerd wordt. Soms ook gedwongen door de krappe ruimte. Dat geldt ook voor afvalcontainers. En als die opslag brandbare materialen bevat is dat een duidelijk risico. Er wordt immers ook gerookt op de steiger en voor jongeren blijft vuurtje stoken een hardnekkig vermaak. Om maar niet te spreken over misstanden waarbij ook op de steiger te verwerken materiaal tijdelijk wordt opgeslagen (zie foto). Soms zit het gevaar in aan steigers aangebracht steigerdoek of materiaal dat tegen de gevel is verwerkt, waarbij de brandrisico’s pas afnemen als alles is afgewerkt. Het steigerdoek kan zelf brandbaar zijn en bijdragen in de branduitbreiding, maar het zorgt i.c.m. een niet afgewerkte gevel met brandbaar materiaal voor een spouw en daarmee bij brand aan een schoorsteeneffect (zie schematische doorsnede van een gebouw in de steigers).

Opslag op de steiger

 

Dan is er niet alleen een verhoogd ontstaansrisico, maar is er ook een vergroot risico vanwege het snel kunnen verspreiden van brand.

Een brand kan soms uren na ontsteking pas echt tot ontwikkeling komen. Een recent voorbeeld (april 2019) is de brand in de Notre Dame in Parijs, waar pas ca. twee uur na het stoppen van restauratie werkzaamheden alarm werd geslagen en er zich een brand aftekende.

Daarbij komt dat de vluchtwegen vaak gehinderd of belemmerd zijn. Opslag in gangen en portalen, trappen die tijdelijk zijn afgesloten, et cetera. Dan kan een brand zich niet alleen gemakkelijk verspreiden, maar wordt  bovendien de ontruiming ernstig vertraagd. Het zijn tevens niet allemaal vitale mensen die in deze gebouwen wonen. En vertraging werkt risico verhogend.

Ik ga er in mijn juni artikel dieper op in. Duidelijk is dat veiligheid op dergelijke bouwplaatsen veel aandacht vraagt en wellicht ook wel frequent extern toezicht.

https://www.internetconsultatie.nl/verzamelwijzigingbbl

Op de internetconsultatie kan nog worden gereageerd tot 21 maart 2020.


Jos Lichtenberg

Jos Lichtenberg was als hoogleraar verantwoordelijk voor bouwtechniek en onderzoek in dat domein. Hij is al vele jaren actief met bouwinnovatie o.a. via Off Road Innovations en verder is hij actief in relatie tot brandveiligheid. Als onderzoeker en als voorzitter van een platform over de economie van brandveiligheid.


“Incendie de Notre-Dame-de-Paris 15 avril 2019” van Remi Mathis is gelicentieerd onder CC 4.0

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Lees meer over: brandveiligheid , Jos Lichtenberg

Gevelbouw partners

Bettina Hertstein foto 2016 kopiëren