Tagarchief: Living Lab 040

Goedkoop of meest economisch?

DSC_3695
Lees het gehele artikel

Ik schreef eerder in Gevelbouw. Soms over brandveiligheid van gevels, soms over innovatie in brede zin. Deze keer komen beide onderwerpen bij elkaar. Opdrachtgevers stellen namelijk nieuwe eisen en een onderwerp als brandveiligheid wordt net als andere aspecten die invloed hebben op de exploitatie, steeds vaker meegewogen. Zowel de aanbieder van gevelsystemen als de afnemer, eigenaar respectievelijk gebruiker kunnen daar hun voordeel mee doen.

Wat opvalt is dat professionele opdrachtgevers steeds meer naar levensduurkosten kijken. Niet alleen naar bouwkosten maar naar exploitatielasten in de gebruiksfase. Niet alleen naar Capex, maar ook naar Opex (bouwkosten versus operationele kosten). 

Klassiek bouwproces

Bij een klassiek bouwproces wordt er nog steeds vooral op prijs geselecteerd. De opdrachtgever laat een ontwerp maken waarbij voor realisatie op concurrentie een aannemer wordt geselecteerd. Eenmaal gegund, kan die zijn prijzen, waarvoor hij eerder een offerte liet maken als basis van zijn aanbieding, nog eens tegen het licht houden. Elke verlaging is immers een verhoging van zijn marge en geeft extra risicodekking. Als aanbieder voel je je opnieuw door de wringer gehaald, maar eigenlijk is het op basis van de context een volstrekt logisch proces. Dat het onder druk zetten van prijzen ook ten koste kan gaan van kwaliteit, is al vaak besproken en wordt ook wel herkend. Strikt genomen geldt de prijs op basis van vooraf gestelde minimumeisen, maar onder prijsdruk zijn aanbieder en afnemer nog wel eens bereid concessies te doen. Zeker als de winnende bouwer met de laagste prijs, nog steeds boven het budget van de opdrachtgever uitkomt en er bezuinigd moet worden.

EMVI

Steeds vaker zie je bij competities dat er een selectieproces wordt gedefinieerd waarbij de prijs niet het enige keuze criterium is. Met name aan duurzaamheid gerelateerde zaken zie je steeds vaker worden benoemd als een onderwerp, waarop punten kunnen worden gescoord, die bij de afweging voor een bepaald percentage meewegen. Op zich al reden voor gevelbouwers en toeleveranciers om hierop proposities met onderbouwing te ontwikkelen. Zeker als er ook exploitatievoordelen worden meegewogen, wordt dit de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) genoemd.

Lid van het bouwteam

Meer in het bijzonder wil ik in dit artikel benadrukken dat je als leverancier ook aan de voorkant met goede argumenten welkom bent om mee te denken. Wellicht over het programma van eisen met betrekking tot gevels. De gevelindustrie heeft veel kennis die waardevol is voor opdrachtgevers. Het maakt natuurlijk een enorm verschil of je wel of niet vroeg aan tafel zit. Wacht je met de armen over elkaar af tot een aannemer een prijsaanvraag doet op basis van enkele basale eisen waar vrijwel iedereen aan kan voldoen.   

Of ga je in een voorfase het gesprek aan met een opdrachtgever en/of zijn architect, waarbij je hem wijst op de keuzemogelijkheden en opties, de afwegingen die hij/zij kan maken. En waarbij de opdrachtgever veel bewuster een programma van eisen voor de gevel opstelt, of misschien wel jou als preferred supplier naar voren schuift. In een Slimbouwen omgeving, waarbij ikzelf als initiator actief ben geweest en waarvan inmiddels zo’n 150-200 gebouwen zijn gerealiseerd, is de gevelbouwer zelfs een voornaam lid van het bouwteam, dat het gehele project voorbereidt. 

Waarde

Voordelen in de gebruiksfase kunnen te maken hebben met aspecten die niet altijd kwantificeerbaar zijn. Een mooier gebouw wil iedereen wel, maar is lastig economisch te verdedigen. Toch is mooi heel goed verkoopbaar. Niet alles hoeft immers zakelijk onderbouwd te worden. De hele kunstwereld draait niet om kosten. Een mooi schilderij heeft aan inkoop en uren iets gekost, maar de verkoopprijs is daarop totaal niet gebaseerd. De waarde wordt bepaald door wat de klant er voor wil betalen en daaronder zit vooral veel sentiment en weinig zakelijke onderbouwing. 

Netto Contant

Er zijn heel veel onderwerpen te noemen, die in het geval van gevels vanuit een gunstige exploitatie wel netto contant zijn te maken. In dat kader past ook iets als Total Cost of Ownership (TCO). Dan gaat het over minder onderhoud of energiebesparing. Of over meer comfort en gezondheid waardoor het ziekteverzuim afneemt dan wel gebruikers gemiddeld beter presteren (hierop is al het nodige onderzoek verricht). En ook investeren in flexibiliteit (aanpasbaarheid) is enorm in belangstelling toegenomen. Voor dit artikel wil ik er een bijzonder onderwerp uitlichten, namelijk brandveiligheid.

Brandveiligheid

Gebouwen moeten voldoen aan brandveiligheidseisen. De gevel staat in het bijzonder in de spotlight omdat er de laatste jaren een aantal forse branden zijn geweest waarbij soms veel menselijk leed te betreuren viel en waarbij veel schade werd opgelopen. Waarbij een gevel een soort bypass vormde voor branduitbreiding ondanks de aanwezigheid van een op zich brandwerende vloer. Zo kan dan een brand die beperkt zou moeten blijven tot één verdieping, zich uitbreiden over meerdere verdiepingen met uiteraard veel meer leed en schade tot gevolg. Een gevel die wellicht beter presteert dan wat het bouwbesluit vereist en waarschijnlijk ook wel wat duurder is dan een standaard product, kan heel goed worden verantwoord indien daardoor leed en schade wordt voorkomen of gereduceerd.

Nu is het lang niet zeker dat je bij een gebouw ook daadwerkelijk met brand te maken gaat krijgen. Sterker nog, we denken allemaal dat het ons niet zal overkomen. Toch wijzen statistieken uit, dat de kans voelbaar is en hoe groter het project hoe groter ook de kans dat er ergens een calamiteit optreedt. Met een kans op schade cq. het verkleinen van risico’s kun je wel degelijk rekenen. Daartoe is ruim een jaar geleden een stichting opgericht (Stichting Economie van Brandveiligheid) die actief onderzoek uitvoert, om onderbouwingen voor economische afwegingen met betrekking tot brandveiligheid te genereren. Feit is dat je op veiligheid kunt ontwerpen en risico’s daarmee daadwerkelijk kunt verlagen en dat dit uiteraard exploitatievoordelen biedt. 

Laten we aannemen dat het om alleen materiële schade gaat. Wat je dan bij de analyse moet meewegen, is dat de schade vaak veel groter is dan vooraf wordt gedacht. We denken meestal wel aan de kosten van herstel van het gebouw en de inboedel, maar in het gebouw spelen zich processen af. Die ondervinden tijdelijk veel hinder of stagneren volledig. Klanten worden tijdelijk niet bediend en lopen weg naar concurrenten. De omgeving ondervindt hinder met evacuaties, verkeerscongestie. Soms leidt dat tot claims. De omgeving moet worden gereinigd, et cetera.

Uit voorbeelden blijkt dat je rekenend met waarschijnlijkheden van verschillende brandscenario’s en met een bijbehorende realistische omvang van schades een hogere investering in de gevel kunt rechtvaardigen. En om op het voorbeeld
van de afwegingen op basis van sentiment bij kunstaankopen terug te komen: veiligheid heeft ook een gevoelswaarde (letterlijk veiligheidsgevoel).

Schematische weergave van de bouwkolom. Traditioneel ziet de producent de gevelbouwer als klant, ziet de gevelbouwer op zijn beurt de hoofdaannemer als klant en deze laatste levert aan zijn klant namelijk de gebouwopdrachtgever. Steeds vaker gaan producenten om de aannemer, die kosten gestuurd opereert, heen. Zij brengen hun kennis in bij o.a. architecten, adviseurs en gebouwopdrachtgevers en promoten daarmee hun systemen. Deze schrijft materialen en producten dan wel hogere prestatie eisen voor, die via een architect in een bestek belanden, dan wel adviseert de architect de opdrachtgever hierop. En zo ben je in staat om de aankoopbeslissingen te beïnvloeden op een waarde propositie waarbij iedereen gelukkig wordt. Vaak niet de goedkoopste oplossing, maar wel een economische.

Wat betekent dit voor gevelbouwers en leveranciers?

In een klassiek bouwproces komt dit onderwerp niet gemakkelijk op tafel, maar als je als gevelbouwer of als leverancier van gevelcomponenten een overtuigende businesscase kunt presenteren, kun je nog voor het ontwerp gereed is, de opdrachtgever helpen om een bepaalde richting te kiezen. Zekerheid over de opdracht heb je vaak in dat stadium nog niet, maar je wordt wel een belangrijke kennisschakel en creëert veel goodwill waardoor de bouwpartners je graag het een en ander zullen gunnen. Bij een Slimbouwen proces is er overigens een regeling dat leveranciers in een vroeg stadium op basis van kennisinbreng en open begroting aan de voorkant al kunnen worden gecontracteerd. En bij die projecten is de opdrachtgever eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in partijen die kennis meebrengen.

Voor de aanbiedende organisatie betekent het bovenstaande wel het een en ander. Veel bedrijven in de gevelbranche zijn vooral uitvoerend gericht. Engineering, maken en installeren. Bedrijven die een vooruitstrevende positie willen innemen, zoals in dit artikel bedoeld, moeten ook investeren in kennisopbouw en R&D en in mensen die in staat zijn om een integrale boodschap naar opdrachtgevers over te brengen. Daar moet je in investeren, maar de projecten waar dit speelt leveren ook marges op die dat rechtvaardigen. Sterker nog, er komen steeds meer projecten waarbij deze werkwijze de standaard zal zijn. En dan kun je maar beter in de kopgroep zitten.

Meer info?

Voor wie zich in deze marktbenadering wil verdiepen is het een mogelijkheid om aan te sluiten bij Living Lab 040 (www.livinglab040.nl), een platform dat zich naast heel veel innovatie gerelateerde onderwerpen ook over dit soort thema’s en nieuwe business modellen buigt. Voor wie in het specifieke voorbeeld met betrekking tot brandveiligheid is geïnteresseerd kan zich melden bij www.economievanbrandveiligheid.nl. Daar loopt gerelateerd aan het hierboven beschreven voorbeeld met betrekking tot ‘de economie van brandveiligheid’ een cursus, waarvan de inschrijving recent is geopend.

Jos Lichtenberg is emeritus Hoogleraar bouwinnovatie aan de TU/e, initiator van House of Tomorrow Today, van de beweging Slimbouwen en samen met Monique Donker van het Living Lab 040. Hij is tevens voorzitter van de Stichting Economie van Brandveiligheid.  

Living Lab 040: Broedplaats voor Bouwinnovatie

DSC_3693-uitsnede
Lees het gehele artikel

Een deel van een nieuwe wijk, buurtschap Te Veld, is beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling. Het Living Lab gaat 119 woningen omvatten, waarin normaal zal worden gewoond, maar waarmee constant zal worden geëxperimenteerd, getest, gemeten, geëvalueerd, geoptimaliseerd, verplaatst, et cetera. Ook voor de gevelbouw valt hier veel te ontdekken.

Axonometrie: Een beeld van hoe het Living Lab vorm zou kunnen krijgen. Vooraan de buurtkamer, verderop de stadskamer die ook gaat functioneren als het buurthart voor het totale buurtschap Te Veld (670 woningen).

Bouwinnovatie in Nederland is relatief klein en versnipperd. De bouw besteedt slechts 0,3 % van de omzet aan vernieuwing, waar dit in andere bedrijfstakken ordegrootte 2-4% bedraagt met uitschieters naar boven van 10% en zelfs hoger. Denk aan de auto-industrie, de chemie en elektronica. 

Kleinschalige bouwwereld

De fysieke kant van onze bedrijfstak met bouwers, installateurs, onderaannemers, zoals binnen-afbouwers en gevelbouwers, alsmede de toeleverende industrie is kleinschalig van structuur. Bij de bouw toeleverende industrie zitten enkele multinationals en ook enkele aannemers zijn het MKB ontgroeid. Het merendeel heeft echter minder dan 500 mensen personeel. En dan staat bij een vaste ratio ‘omzet per personeelslid’, 0,3% van de omzet gelijk aan 1 a 2 medewerkers op productontwikkeling. Bij bedrijven met een omvang onder de 200 medewerkers is doorgaans geen plaats voor structurele innovatie. De meeste R&D (Research and Development) zit nog bij de toeleverende industrie, maar is veelal gericht op ieders eigen gefragmenteerde product en niet op de samenhang der dingen. Een producent van raamprofielen bedenkt een nieuwe profielserie, maar is in beginsel niet bezig met bouwen in brede zin, laat staan het gebruik van gebouwen. En daar zit nu de pijn. 

Het Living Lab gaat 119 woningen omvatten waarin normaal zal worden gewoond, maar waarmee constant zal worden geëxperimenteerd.

De grote uitdagingen als kans

De oplossingen voor de grote uitdagingen die ons maatschappelijk bezighouden, overstijgen het bedrijfsdomein. Denk aan de klimaatverandering, energie, de CO2-productie, betaalbaar wonen, gezondheid, flexibel gebruik van gebouwen en infrastructuur, allemaal probleemgebieden waarbij niemand zich eigenaar voelt, maar waarbij je vanuit het maatschappelijke belang juist móet samenwerken om tot oplossingen te komen. Samenwerken is dus het devies, maar hoe doe je dat met 1,5 man en een paardenkop. Hoe kun je toch kansen verzilveren? Dat kan wel degelijk. Juist, door samenwerking te zien als het ingaan op de grotere uitdagingen. Door aan tafel te zitten bij de discussies die er toe doen. Door van daaruit je strategie en richting te bepalen en je kansen te benutten. Door vervolgens allianties aan te gaan en consortia te vormen. Daarmee gesteund door subsidies de handen uit de mouwen te steken, kennis binnen te trekken, creatieve sessies te organiseren en op je stip op de horizon af te stevenen. 

Bundeling van krachten

De bundeling van krachten als bedoeld, wordt nu vanuit het Living Lab 040 georganiseerd. Op 8.500 m2 bouwgrond wordt hier het bouwen en wonen van morgen opnieuw uitgevonden. Aanleiding was de opgave van de gemeente Eindhoven, die net als andere steden met ruimtegebrek en woningtekorten kampt. Mensen trekken naar de stad, maar het stedelijk oppervlak blijft gelijk. Dan rijst al snel de vraag hoe de stedenbouw van de toekomst eruit moet komen zien. Meer mensen op hetzelfde oppervlak en toch een hoge kwaliteit van leven en wonen.

Toekomstsurfen

De oplossing voor alle uitdagingen als genoemd, bieden enorme kansen voor iedereen die actief is in de bouw. Maar ook buiten de bouw, want de verhalen dat bedrijven als Apple, Google en Tesla op het vinkentouw zitten, zijn genoegzaam bekend. 

Het zijn wel vraagstukken buiten de scope van de leverancier van raamprofielen, als u begrijpt wat ik bedoel. Het gaat om een hoger aggregatieniveau. Tegelijkertijd gaat het ook om veranderingen qua wonen en woonproducten die grote gevolgen gaan hebben voor de bedrijfsvoering. De producten, de logistiek, de processen, de verdienmodellen, etc. Niet acteren is eigenlijk geen optie. 

De profielleveranciers (systeemhuizen) zijn in het bovenstaande natuurlijk slechts een voorbeeld. Hetzelfde geldt voor iedereen die bij het bouwen en beheren betrokken is, niet alleen rondom de gevelbouw. Het lab vraagt om initiatief van eenieder, maar tevens veroorzaakt LL040 zelf grote golven waarop je als aanbieder versneld naar de toekomst kunt mee surfen.   

Sterke combi

In Eindhoven gaat het gebeuren, wees er dus bij, is het devies. LL040 is niet zomaar uit de lucht komen vallen. LL040 is sinds ruim 2,5 jaar minutieus voorbereid en wordt getrokken door LL040 BV, een sociale onderneming. Deze gaat zonder winstoogmerk 15 jaar lang de R&D initiëren en faciliteren en in die periode voor grote veranderingen zorgen. Niet alleen in het lab zelf, maar ook daarbuiten, in de opschaling naar de markt, op weg naar succes. Achter LL040 zitten Monique Donker en Jos Lichtenberg, beiden met een staat van dienst op het gebied van bouwinnovatie (als ik zo onbescheiden mag zijn). Zij hebben het Lab vanuit verbazing over het nu, aangejaagd. De gemeente Eindhoven steunt dit initiatief vanaf begin af aan volledig. Datzelfde geldt voor de provincie Noord Brabant. Amvest was er al vroeg bij om als founding father met raad en daad te helpen en ook in materiële zin te sponsoren zodat alle voorbereidingen zoals planontwikkeling konden worden bekostigd. Samen vormen genoemde partijen een sterke combi, allen gedreven door een vastberaden wil om de noodzakelijke veranderingen te weeg te gaan brengen.

Gefaseerde realisatie

Het plan wordt gefaseerd gerealiseerd en in de eerste fase landen partijen als Jansen-ODS en Ferlem. Zij leveren elk meerdere woningen. Jansen-ODS doet dat met een concept gebaseerd op stalen componenten en gevels (Jansen Viss) en tevens zoekende naar een hybride oplossing met bijvoorbeeld houten vloeren. Ferlem is een nieuwkomer met een achtergrond in de automotive. Zij ontwikkelden en verfijnen een systeem gebaseerd op efficiënte productiekennis. Daarnaast volgen snel nog een tweetal leveranciers gebaseerd op biobased technieken. En voor de lezers van dit blad: alle systemen hebben gevels en overal leven innovatievraagstukken met betrekking tot gevels zoals gedifferentieerd afschrijven, verschillende levensduren, aanpasbaarheid, integratie van installaties, de gevel als energiebron, onderhoud, et cetera. Ook een partij als Velux is als leverancier van daglichtvoorzieningen betrokken en in feite een toonbeeld hoe een bedrijf van deelproducten gebruik kan maken van de faciliteiten die het Lab te bieden heeft. Velux schuift als bedrijf op van dakramen, naar oplossingen voor uitdagingen op een hoger niveau, met betrekking tot ventilatie, gezond wonen, de betekenis van daglicht voor wellbeing en gezondheid, et cetera. Een lab biedt voor Velux een samenhang met andere leveranciers en een platform om geïntegreerd te raken met de leveranciers van bouwsystemen. Dat zou heel goed kunnen in een context binnen Active House, dat draait om duurzaamheid in balans met een hoge woonkwaliteit.

LL040

LL040 biedt de lab faciliteit, de ruimte, organiseert creatieve sessies, inspiratiesessies, vertelt het verhaal naar buiten, trekt potentiële opdrachtgevers naar binnen, organiseert de kennis rondom gedefinieerde uitdagingen bijvoorbeeld met de TU Eindhoven, die ook is aangesloten.

Het Lab gaat over alle thema’s die relevant zijn om te komen tot fijn wonen in de compacte stad van de toekomst. LL040 daagt iedereen, ook de lezers van dit blad uit, om in het lab te komen discussiëren, oefenen, experimenteren. LL040 wil verbinden, faciliteren en stimuleren. Het Lab wordt dé broedplaats voor bouwinnovatie. Kortom we gaan hier veel van horen en LL040 zal regelmatig, ook in dit blad, verslag doen van bevindingen.

Jos Lichtenberg is emeritus Hoogleraar bouwinnovatie aan de TU/e, initiator van House of Tomorrow Today, van de beweging Slimbouwen en samen met Monique Donker van het Living Lab 040.