02:27
07-10-2019

Aandacht voor gevelbouwer bij opschuiven project

Het is vreemd, dat in een tijd waarin het de economie bijzonder goed gaat, de bouwsector en daarmee de gevelbouw onvoldoende in staat is om daarvan voldoende te profiteren. De bouwsector is een sector van ketens, waarbij iedere keten bestaat uit verschillende schakels. Die schakels worden gevormd door verschillende bedrijven die tegelijk of opeenvolgend een prestatie leveren. De bouw drijft daarmee op de samenwerking tussen schakels in de keten waarbij de prijs, tijd en kwaliteit belangrijke aspecten zijn.

Maar diezelfde bouw wordt vandaag de dag ook in toenemende mate geconfronteerd met vertragingen die bijna per definitie resulteren in hogere bouwkosten. Een mooi voorbeeld daarvan is de Noord/Zuidlijn die dit jaar geopend is, maar dan wel dertien jaar later dan aanvankelijk gedacht.

Vertraging kost geld

In de tussentijd zijn niet alleen materiaalprijzen, maar ook loonkosten gestegen. Hoe langer de bouwfase uitloopt, hoe hoger de kosten uitvallen. Het voorgaande voorbeeld is misschien wat extreem maar de uitloop van projecten is vandaag de dag wel eerder regel dan uitzondering. En hoe ga je daar als gevelbouwer mee om? Wat doe je bij het uitlopen van een project? Twee of drie weken is wellicht aanvaardbaar, maar drie of vier maanden kost al snel geld. Materialen worden voorgefinancierd en opgeslagen en mensen zijn ingeroosterd. Belangrijk om daarover als gevelbouwer vooraf duidelijke afspraken te maken en alert op te zijn.

De gevelbouwer wordt enerzijds geconfronteerd met het opschuiven van projecten, maar anderzijds wordt diezelfde gevelbouwer ook steeds vaker en vroeger in een project betrokken onder de noemer bouwteampartner. De oorzaak is daarin gelegen dat het specialisme bij de aannemer steeds meer verdwijnt en deze een meer coördinerende rol op zich neemt en daardoor extern op zoek gaat naar expertise zoals bij de gevelbouwer.

In sommige gevallen treedt de gevelbouwer toe tot deze bouwteams zonder dat daarover  iets wordt vastgelegd en wordt uitgegaan van een zogenaamd `gentlemen’s agreement` tussen aannemer en gevelbouwer, maar de aannemer kan er nog steeds alle kanten mee op, zo is de ervaring van menig gevelbouwer die met regelmaat ervaart bij discussie aan het kortste eind te trekken. In andere gevallen waarin er toch iets wordt vastgelegd, ervaart de gevelbouwer vaak éénzijdig gebonden te zijn.

Afspraken vastleggen

Voor de gevelbouwer zaak om in de aantrekkende markt waarbij beschikbare capaciteit en prijzen onder druk staan met als bijkomend effect dat projecten uitlopen en/of opschuiven en in toenemende mate behoefte is aan expertise hierover met elkaar, dus tussen gevelbouwer en aannemer duidelijke afspraken te maken en vast te leggen. Dus niet alleen zaken met elkaar bespreken, maar vooral afspreken en vastleggen zodat je elkaar ook ergens op kan aanspreken. Het Recht kan hierin natuurlijk ook iets betekenen, maar het is vooral ook een kwestie van gezond verstand en van commerciële onderhandelingsbekwaamheid om met elkaar tot redelijke en billijke afspraken te komen.

Want welke algemene voorwaarden zijn van toepassing? De inkoopvoorwaarden van de aannemer of de VMRG voorwaarden van de gevelbouwer? Hoe ga je hier als gevelbouwer mee om en hoe steek je deze onderhandelingen in? Belangrijk is dat het gebeurt op basis van redelijkheid en billijkheid en vanuit een gezamenlijk projectbelang. We hebben immers te maken met een groeiende complexiteit van gebouwen en gevels waarbij een loyale samenwerking essentieel is. De VMRG zal haar leveringsvoorwaarden daartoe beperkt aanpassen, in het bijzonder daar waar het de niet nagekomen verplichtingen door de opdrachtgever betreft. Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. De ervaring is immers dat de VMRG voorwaarden niet altijd van toepassing zijn.

Hybride contract

Een hybride contract ofwel een Bouwteam Overeenkomst kan daarbij wellicht uitkomst bieden omdat partijen daarin dan met elkaar een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. Dat geeft meer duidelijkheid en scheelt een hoop gedoe en daarmee faalkosten. Door de gevelbouwer eerder in het bouwproces te betrekken en meer bemoeienis en daarmee verantwoordelijkheid te geven, hoe groter de aansprakelijkheidstoedeling richting gevelbouwer. Omgekeerd geldt dat natuurlijk ook. Wanneer een aannemer geen of weinig bemoeienis van de gevelbouwer duldt is zijn aansprakelijkheidstoedeling in het project ook groter. Goed om je dat te realiseren, zeker bij de invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB). In een geïntegreerd contract kan deze verdeling in verantwoordelijkheden gemotiveerd en naar expertise consistent worden vastgelegd. Vanuit de VMRG wordt op dit moment een initiatief tot een dergelijke bouwteamovereenkomst verkend. Want juist in de beginfase van een project kan de meeste winst worden geboekt, zowel voor de aannemer en opdrachtgever als ook voor de gevelbouwer. 

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Lees meer over: Bouwsector , gevelbouw , gevelbouwer , project , VMRG

Gevelbouw partners