Gevel ‘as a service’

In mijn reeks over innovatie uitdagingen op gevelgebied, heb ik eerder een overzicht verstrekt van welke veranderingen er boven de markt hangen. Vervolgens heb ik een artikel over brandveiligheid geschreven naar aanleiding van de Grenfell toren brand in Londen. Deze keer wil ik het hebben over de gevel als dienst. Wat wordt ermee bedoeld, welke kansen biedt dat en waartoe zou dat kunnen leiden?

In de bouwkolom sturen we bovenmatig op bouwkosten. Wat kost dat? Is een veelgehoorde vraag. Vreemd eigenlijk als je je realiseert dat een gebouw vijftig jaar of langer een functie moet gaan vervullen. Als kantoor, als school of als woonruimte. Daarmee is een gebouw geen kostenpost, maar een investering in de toekomst. Dat lijkt een open deur, maar geloof me, in 99% van de projecten wordt nog steeds op kosten gestuurd. We hebben een bouwbudget in ons hoofd gebaseerd op m2-prijzen, daarop is de financiering afgestemd en daarmee wordt de bouwsom heilig verklaard. In tenminste 80% van de projecten wordt dat budget vervolgens overschreden.

Sturen op kosten past mijns inziens totaal niet in een duurzame samenleving en is economisch gezien aantoonbaar fundamenteel verkeerd. De praktijk is dat we desalniettemin sturen op kosten maar getuige de overschrijdingen, we dat niet eens beheersen. Ik kom een andere keer nog terug op Slimbouwen®, want het kan inderdaad veel slimmer, beheersbaarder en beter.

Bezuinigen

Hoe dan ook, kostensturing is nu de realiteit en de hele bouwkolom, inclusief gevelbouwers en materiaal leveranciers, heeft daar last van. De druk wordt immers in de keten doorgegeven. Als je kosten heilig verklaart is het logisch dat er concessies op kwaliteit worden gedaan. Wellicht wordt de buitenzonwering eruit bezuinigd, komt er een goedkoper profieltje, accepteren we een net iets andere ZTA-waarde voor het glas en vervangen we het hang- en sluitwerk en het isolatiemateriaal. Daarmee wordt het gebouw goedkoper en verhogen we waarschijnlijk de exploitatielasten. Meer onderhoud, meer energieverlies, grotere kans op inbraak, een verhoogd brandrisico, dat soort dingen.

Sturen op exploitatie en gebruik

Maar wat als je nu zou sturen op verlaging van onderhoud en energie, verlaging van veiligheidsrisico’s, et cetera. Ik weet zeker dat je dan tot spectaculaire conclusies komt. Exploitatievoordelen heb je namelijk elk jaar opnieuw, vijftig jaar lang of zelfs langer.

Als een gevel bijdraagt aan een gezond binnenklimaat en daarmee het ziekteverzuim wordt gereduceerd, als medewerkers zich daarbij gemiddeld fitter voelen en daarmee meer output leveren, dan staan de exploitatievoordelen buiten kijf. En wat te denken van flexibiliteit? Een gebouw dat ook bij gebruikerswisselingen is om te stellen en zijn waarde behoudt. Of dat zich voortdurend kan aanpassen aan een veranderend gebruik. Denk aan een school waar haast per uur een ander gebruik van ruimte kan worden verlangd. En als het onderwijs efficiënter kan, welke waarde zou dat dan kunnen vertegenwoordigen.

Als je die jaarlijkse voordelen meerekent, en dat zou bedrijfseconomisch correct zijn, dan leveren die sommetjes bijv. voor gevels op, dat je daarmee gemakkelijk een meer-investering van honderden euro’s per m2 kunt rechtvaardigen. U leest het goed: honderden euro’s. En toch blijven we op kostprijs sturen en worden we voor € 10,- per m2 uitgespeeld.

Levensduuranalyse

Deels komt dat doordat bij opdrachtgevers de bouw- en beheeractiviteiten gescheiden zijn. Voor een belangrijk gedeelte zijn het ook de diepgewortelde gewoontes die ons dwars zitten. We schrikken van prijzen die 10 of 20% boven ons gevoel liggen. En haast niemand maakt een levensduuranalyse. Aangezien in het waarde denken ook een belangrijke duurzaamheidsslag valt te rechtvaardigen zou zo’n levensduuranalyse eigenlijk verplicht moeten worden gesteld, maar daar kom ik een andere keer nog wel op terug.

Wat betekent het voor de gevel?

Moet mijn gevel er fancy uitzien tegen een zo laag mogelijke prijs óf moet deze vooral het gebruiksproces optimaal ondersteunen? Het moge duidelijk zijn dat ik supporter ben van de tweede optie, waarbij deze natuurlijk ook gewoon mooi mag zijn. Dat betekent wel een totaal andere benadering.

Denk aan gevels die met ICT kracht op een flexibele wijze het complete klimaat verzorgen. Met sensoren voelen, met algoritmes analyses maken en vervolgens met aansturingen acties genereren. Dynamische verwarming, koeling en ventilatie. Buiten omstandigheden wisselen immers voortdurend en bij een flexibel gebouw de binnen omstandigheden evenzeer. Het ene moment zijn er veel mensen in een ruimte vlak achter de gevel, de volgende keer slechts een paar mensen of niemand. We willen veel lichtinval hebben, maar ook weer niet altijd. We willen naar buiten kunnen kijken, maar niet altijd worden gezien. Wellicht willen we de gevel gebruiken om een verhaal naar buiten te vertellen. Over wie er in het gebouw zit of over wat er gebeurt. De gevel zou informatie moeten kunnen opslaan. Over onderhoudsfrequenties en kwaliteit status. De gevel zou op termijn vervangbaar of upgradable moeten zijn. Demontabel moeten zijn in delen die geheel of gedeeltelijke elders een tweede leven kunnen krijgen. Dat past weer in het begrip restwaarde. Privé is het toch ook aantrekkelijk om een auto te kopen met een hoge inruilwaarde. Daar hebben we wel degelijk extra geld voor over.

Perspectief

Ik ben hier verre van compleet en het is slechts het begin van een denkproces waarmee ik hopelijk wat lezers kan bereiken.
Op basis van onze bouwtraditie zal het kosten denken nog wel even de toon zetten. En dat terwijl sturing op waarde aantoonbaar beter is voor de klant/gebruiker, leuker is en veel meer voldoening geeft en bovendien voor alle betrokkenen een aantrekkelijke marge oplevert. Toch een perspectief waar je voor gaat zou je denken. En ja, je moet er vooraf moeite voor doen waarbij je ook afhankelijk bent van derden in onze bouwkolom. Maar dat is nog geen reden om initiatief-loos te blijven wachten tot iemand anders het voortouw neemt. Dan ben je juist weer te laat en val je buiten de boot. En bovendien als we allemaal wachten gebeurt er niets.

Met Off Road Innovations en STIB.2030 zijn we voor diverse organisaties bezig met op vernieuwend denken gebaseerde projecten op het gebied van scholen, overheidsinstellingen en compact wonen. Vanuit mijn kijkje in deze vele keukens weet ik dat de markt in toenemende mate wensen en eisen heeft die wij met onze traditionele benadering nooit kunnen vervullen.

Voor iedereen die de intentie heeft om te veranderen staat de deur bij STIB.2030 open.

Jos Lichtenberg

Em. Hoogleraar TU Eindhoven

Voorzitter stichting Slimbouwen

Adviseur en productontwikkelaar